Woonzorg – Visie Harry Platte, Woonzorg Nederland
De zorgvastgoedmarkt is volwassen aan het worden, zegt Harry Platte, sinds mei 2025 bestuursvoorzitter van Woonzorg Nederland.
Harry Platte, Woonzorg Nederland
“Landelijke regelgeving is de grootste risicofactor”
De zorgvastgoedmarkt is volwassen aan het worden, zegt Harry Platte, sinds mei 2025 bestuursvoorzitter van Woonzorg Nederland. Hij blikt terug op een opvallend jaar en vooruit op 2026. “We hebben te maken met een nieuwe generatie ouderen, andere verwachtingen én een systeem dat steeds meer knelt.”
Wie kijkt naar de demografie, verwacht volle zorgcomplexen. Toch zag Harry Platte bij zijn aantreden in 2025 iets anders gebeuren. “Ik kwam binnen met het idee: vergrijzing betekent een stijgende vraag. En toen zag ik ineens leegstand in het intramurale vastgoed.”
Die leegstand bleek geen lokaal incident, maar verspreid over het hele land zichtbaar. Volgens Platte is er niet één verklaring.
“Het systeem is aanbodgedreven: wat we bouwen en financieren, bepaalt uiteindelijk ook hoeveel zorg we gebruiken”

“Er is een hele waaier aan argumenten: personeelskrapte, exploitatieproblemen bij zorgaanbieders, een tijdelijk demografisch dipje. Maar wat ik vooral zie, is dat het cohort klanten aan het veranderen is.” De generatie die nu instroomt is vitaler, mondiger en vermogender. “Die gaan niet zomaar in een verpleeghuis zitten. Ze weten precies wat ze willen.” Tegelijkertijd stuurt de overheid stevig op langer thuis wonen, uit kostenoverwegingen én om het personeelstekort. “Het gaat steeds meer over wonen en minder over zorg.”
Woonzorg Nederland beheert ongeveer 28.000 zelfstandige eenheden (marktwaarde zo’n 5 miljard euro) en 13.000 intramurale eenheden (nog eens 2 miljard euro). Twee derde van de portefeuille is regulier verhuurd, een derde via masterleases aan zorginstellingen.
Zorg is een ander spel
Platte begrijpt dat beleggers terughoudend zijn bij zwaardere zorgconcepten. “Dat is echt een different ball game. Je kunt de woningmarkt volgen, maar aan de zorgkant heerst een totaal andere dynamiek, waar je als buitenstaander weinig grip op hebt.”
Daarbij speelt beleidsrisico een grote rol. Overigens geldt dit ook voor de sociale huurmarkt. “Landelijke regelgeving is in onze sector de grootste risicofactor.” De aangekondigde, maar later afgeblazen huurbevriezing van vorig jaar bevestigde dat voor hem opnieuw. Corporaties opereren financieel zelfstandig, maar beleidsmatig niet. “Volgens menig econoom is dat het slechtste van twee werelden. Maar het is de werkelijkheid waarin we werken.”
Stelsel is complex
Wat Platte vooral opviel sinds zijn entree in de zorgsector, is de complexiteit van het stelsel. “De logica ontbreekt volledig, als je vanuit de mens redeneert. Het is een systeemwereld.” De knip tussen Wmo, Wlz en Zorgverzekeringswet leidt volgens hem tot gedrag dat wordt gedreven door financieringsstromen in plaats van bewonersbehoeften. Dat systeem werkt bovendien aanbodgedreven. “Dit type aanbod schept natuurlijk zijn eigen vraag. Soms denk ik: waarom maken we ons druk over stijgende zorgkosten, als we dit allemaal blijven aanbieden?”
Tegelijkertijd ziet hij talloze partijen die ondanks die complexiteit dagelijks goed werk leveren. En hij ziet beweging. Burgerinitiatieven en private concepten spelen in op een nieuwe generatie ouderen die zelf regie wil. “We gaan van een generatie die nam wat werd aangeboden, naar een generatie die zegt: nee, wij weten wat we willen.”
Hoe wil je oud worden?
De kernvraag is volgens Platte geen vastgoed- of zorgvraagstuk, maar een samenlevingsvraagstuk. “Hoe we oud willen worden, bepalen we grotendeels zelf. De overheid gaat het niet voor ons oplossen.”
Woonzorg Nederland werkt daarom met een getrapt model. Negentig procent van de complexen voldoet aan een basisset van circa twintig criteria om lang zelfstandig wonen mogelijk te maken. Daarbovenop zijn er woonvormen met oplopende zorgzwaarte, tot en met zware zorg thuis.
Toekomstbestendig wonen
Een belangrijke ontwikkeling ziet hij in de opschaling van woonconcepten die gericht zijn op langer zelfstandig wonen: bestaande flats waar zorg en welzijn structureel worden georganiseerd, inclusief ontmoetingsruimte en welzijnscoördinator. “Mijn voorganger zei altijd: een onsje welzijn scheelt een kilo zorg. Als econoom vond ik dat wat overdreven. Maar de praktijk laat zien dat het zelfs meer dan een factor tien kan schelen. En bij Woonzorg zetten we dan ook in op die samenwerkingen.”
Toch zit het systeem ook hier in de weg. Investeringen in welzijn leveren besparingen op in de zorg, maar vallen niet bij dezelfde partij. “Het is honderd procent zeker dat onze investering kosten besparen bij de zorgverzekeraar. Maar welke verzekeraar zegt: dan investeren we mee?”
Geen eenvoudig jaar
Voor 2026 verwacht Platte geen eenvoudig jaar. De rente blijft relatief hoog, kwaliteitseisen stijgen, maar huren moeten betaalbaar blijven. In de intramurale sector ziet hij dat hogere vergoedingen deels verdwijnen in de zorgexploitatie, in plaats van in verduurzaming van vastgoed.
Op het brede woonbeleid is hij kritisch. Volgens berekeningen ontbreken er miljarden per jaar om de nationale bouwopgave te realiseren. “Als er structureel te weinig geld is, dan kun je nationale prestatieafspraken niet waarmaken. Dan moet je of geld toevoegen, of je ambities verlagen.”
Nieuwe politieke verhoudingen
Tegelijkertijd blijft hij optimistisch. Nieuwe politieke verhoudingen kunnen ook ruimte bieden voor andere keuzes. Voor Woonzorg Nederland zelf betekent 2026 vooral doorbouwen aan een heldere koers, verdere uitrol van woonconcepten om langer zelfstandig te wonen en een waardering op beleidswaarde in plaats van marktwaarde. “Die marktwaarde was interessant voor vergelijking, maar als je er niet naar handelt, reken je jezelf rijk met iets wat je nooit gaat doen.”
De rode draad in zijn verhaal is helder: de zorgvastgoedmarkt mag dan volwassen worden, de onderliggende transitie is nog in volle gang. “Niemand kan vijftien jaar vooruitkijken. Maar één ding weet ik zeker: de dynamiek in de zorg wordt eerder steviger dan minder. En dat betekent dat we nú moeten handelen.”
“Zorgvastgoed is een ander spel: je volgt de woningmarkt, maar de echte dynamiek zit in beleid en zorgfinanciering”
Harry Platte is bestuursvoorzitter van Woonzorg Nederland, sinds zijn benoeming per 15 mei 2025. Hij heeft meer dan twintig jaar ervaring in de sociale woningbouw, onder meer als bestuurder bij woningcorporatie Parteon in de Zaanstreek. Platte is ook actief in het netwerk De Vernieuwde Stad en was initiator van NH Bouwstroom, een initiatief voor duurzaam en betaalbaar bouwen.
In zijn huidige rol stuurt hij op strategie, vastgoedontwikkeling en samenwerking tussen wonen, zorg en welzijn om oplossingen te vinden voor de vergrijzende samenleving. Platte staat bekend om zijn verbindende leiderschapsstijl en maatschappelijke betrokkenheid.
