StiVAD registreerde in 2026 tot nu zestien transacties waarbij woningcorporaties zijn betrokken. Het volume van deze transacties bedraagt bijna 275 miljoen euro. Klik op de link om alle details van een transactie in te zien.

Portaal kocht voor 12,8 miljoen euro het kantoorgebouw aan Wattbaan 51 in Nieuwegein om op deze plek 189 appartementen en een wijkcentrum te realiseren.

Hof Wonen verkocht voor ruim 18 miljoen euro het wijkcentrum Dirk Prins met 146 zorgwoningen aan huurder Zorggroep Zaanstreek.

Ymere verkocht voor 1,3 miljoen euro het voormalige koffiehuis van de Koninklijke Hollandsche Lloyd aan de Oostelijke Handelskade 44 in Amsterdam aan huurder KHL.

Portaal heeft 11,6 miljoen euro betaald voor de grondcomponent van 145 te ontwikkelen appartementen in het project LEAD van ontwikkelaar RED Company en belegger Redevco in Leiden.

De Alliantie betaalde 9,8 miljoen euro aan de eigen ontwikkeldochter De Alliantie Ontwikkeling voor de grond aan de Suze Groeneweghof in Almere, waar woningen worden ontwikkeld op de plek van het voormalige kantoorgebouw De Beurs.

Rochedale Participaties verkocht voor 7,4 miljoen euro een kavel bouwgrond aan de Noorddammerweg nabij de nieuwbouwlocatie De Scheg in Amstelveen aan de Rotterdamse projectontwikkelaar Vorm.

Leystromen heeft voor 13,5 miljoen euro een schoolgebouw aan Waterput 56 in Goirle verkocht aan de particuliere belegger Rosewood Real Estate.

Portaal betaalde ontwikkelaar Lingotto 2,6 miljoen euro voor de grond onder twee te bouwen commerciële ruimten en 44 appartementen aan de Ehrenfestweg 6 in Leiden.

SSH betaalde 47 miljoen euro aan ontwikkelaar Heijmans voor 44 in 2029 op te leveren studentenhuizen die onderdak bieden aan 348 studenten aan de Burgemeester ter Pelkwijklaan in Utrecht.

Trudo kocht voor 7,9 miljoen euro het voormalige rijkskantoor Karelspoort in Eindhoven van het Rijksvastgoedbedrijf. In de akte is sprake van een overeenkomst met het COA en een toekomstige bestemming van maatschappelijk/sociaal wonen.

Cazas Wonen verkocht voor 47 miljoen euro de grond aan SSH voor het te bouwen studentencomplex Hota met 250 woningen nabij het Berlijnplein in Utrecht.

Weller Wonen verkoopt voor 21,5 miljoen euro het zorgcentrum Oranjehof in Heerlen aan huurder Sevagram Zorgcentra. Het betreft een verpleeghuis met 40 verpleegkamers en 72 woonzorgappartementen.

Habion koopt voor 32,7 miljoen euro 120 te bouwen seniorenwoningen in waterburcht Markant in de Helmondse wijk Suytkade. De woningen zijn een project van de lokale ontwikkelaar Cedrus Vastgoedontwikkeling.

Kennemer Wonen heeft in twee transacties van 5,8 (toren B) en 4,7 miljoen euro (toren C) grond gekocht voor te bouwen woningen in het project Stationspark in Heerhugowaard. Verkoper is ontwikkelaar Diemeer Vastgoed.

Stek kocht voor 4,5 miljoen euro van de Interkerkelijke Stichting voor Wonen Groot Hoogwaak 66 zogeheten Northgo-appartementen in Noordwijk (zie foto hierboven). Het gaat om zorgwoningen met 24-uurszorg.

De terugkeer naar beleidswaarde past bij de maatschappelijke opdracht van corporaties. Toch betekent dat volgens manager Vastgoedsturing Maurice Rijntjes van Woonzorg Nederland niet dat marktwaarde zijn betekenis verliest. Juist waar corporaties vastgoedbeslissingen nemen, blijft inzicht in de markt onmisbaar.

Volgens Rijntjes is de discussie over marktwaarde tot nu toe te veel gekoppeld geweest aan de jaarrekening. Daardoor dreigt uit beeld te raken waarvoor marktinformatie in de praktijk wordt gebruikt. De vraag is niet zozeer of een corporatie marktwaarde nodig heeft voor haar financiële verslaglegging, maar of bestuurders voldoende inzicht hebben om verantwoord investeringsbeslissingen te nemen.

Voor corporaties dienen beleidswaarde en marktwaarde verschillende doelen. Beleidswaarde weerspiegelt de maatschappelijke keuzes die een corporatie maakt. Marktwaarde laat zien hoe diezelfde investering zich verhoudt tot de vastgoedmarkt. Bestuurders hebben volgens Rijntjes beide perspectieven nodig om tot een afgewogen besluit te komen.

Hij wijst erop dat de huidige waarderingsmethodiek voor corporaties steeds meer uitgaat van gemiddelden. Dat is begrijpelijk wanneer het doel is om op sectorniveau inzicht te krijgen in de financiële gezondheid van corporaties of om het geborgde leningenstelsel te bewaken. Voor die toepassingen volstaat een modelmatige benadering van de portefeuille. Maar zodra een corporatie een concrete investering overweegt, ontstaan andere informatiebehoeften: dan gaat het niet langer om gemiddelden, maar om de specifieke kenmerken van een locatie, een complex of een project.

Regionale verschillen

Daar wringt volgens Rijntjes de schoen. De modellen die worden gebruikt om op portefeuilleniveau marktwaarde te berekenen, nivelleren verschillen die voor investeringsbeslissingen juist van groot belang zijn. De marktwaarde van vastgoed wordt sterk beïnvloed door regionale omstandigheden, lokale vraag, rendementseisen van beleggers en transacties in de directe omgeving. Wanneer die verschillen worden gladgestreken in een landelijke systematiek, ontstaat een beeld dat voor toezicht bruikbaar kan zijn, maar voor projectsturing onvoldoende scherp is.

Als voorbeeld noemt hij het verschil tussen Amsterdam en Stadskanaal. Vanuit het perspectief van beleidswaarde kunnen woningen in beide gebieden vergelijkbare uitkomsten opleveren: de huren zijn gereguleerd, de maatschappelijke functie is vergelijkbaar en onderhoudskosten verschillen vaak minder dan wordt gedacht. Maar wie naar de markt kijkt, ziet twee totaal verschillende werkelijkheden: de vraag naar woningen, de waardeontwikkeling van vastgoed en de rendementen die beleggers accepteren lopen sterk uiteen. Voor een investeringsbeslissing maakt dat een wereld van verschil. Rijntjes gebruikt daarvoor een beeldende vergelijking: als je uitsluitend naar beleidsmatige uitgangspunten kijkt, loop je het risico om “biefstuk en gehakt even duur te verkopen”.

Markttoets blijft noodzakelijk

Met sturen op beleidswaarde is volgens Rijntjes niets mis. Corporaties zijn maatschappelijke organisaties en het is logisch hun bezit vanuit dat perspectief te waarderen. Maar maatschappelijke doelen ontslaan corporaties volgens hem niet van de verantwoordelijkheid om zorgvuldig met hun middelen om te gaan: elke investering moet uiteindelijk ook financieel verdedigbaar zijn. Daarom blijft een markttoets noodzakelijk. Bij de verwerving van bestaand vastgoed of nieuwbouw net zo goed als bij omvangrijke renovaties en sloop-nieuwbouwprojecten. Bestuurders moeten kunnen beoordelen of een investering in verhouding staat tot de marktwaarde van het vastgoed dat ervoor terugkomt. Zonder die kennis ontbreekt een belangrijk referentiepunt in de besluitvorming.

Toets eigen aannames

Volgens Rijntjes ligt juist daar de kracht van betrouwbare marktdata. Niet omdat een database met vastgoedtransactiedata automatisch de juiste beslissing oplevert, maar omdat deze data context bieden. Transacties laten zien wat beleggers bereid zijn te betalen en hoe markten zich ontwikkelen. Die informatie helpt corporaties om hun eigen aannames te toetsen en investeringsvoorstellen beter te onderbouwen.

Voor zijn eigen organisatie Woonzorg Nederland is dat extra relevant. Anders dan veel corporaties opereert deze in senioren- en zorgwoningen gespecialiseerde corporatie landelijk. De portefeuille omvat complexen verspreid over Nederland, waardoor de organisatie te maken heeft met zeer uiteenlopende woningmarkten. Regionale verschillen zijn voor Woonzorg Nederland dagelijks zichtbaar. Juist daarom hecht Rijntjes veel waarde aan marktinformatie die voldoende gedetailleerd is om verschillen tussen gebieden zichtbaar te maken.

Uitwisseling marktdata

Hij ziet daarbij een belangrijke rol voor StiVAD, de non-profitorganisatie achter het Nederlandse vastgoedtransactieregister. Deze database bevat niet alleen gegevens van corporaties, maar ook van marktpartijen, waardoor een breed beeld ontstaat van transacties en rendementen in verschillende segmenten van de vastgoedmarkt. Gebruikers kunnen inzoomen op specifieke regio’s en ontwikkelingen vergelijken met andere gebieden. Dat maakt het mogelijk om investeringsvoorstellen te toetsen aan de werkelijkheid van de markt waarin een corporatie opereert.

Rijntjes ziet dat die informatiebehoefte niet altijd direct vraagt om een uitgebreid taxatierapport. Juist in de verkennende fase van een project kan toegang tot marktdata veel werk en kosten besparen. Wanneer een corporatie een ontwikkeling verkent of een aanbieding ontvangt, kan ze zelf al een eerste beoordeling maken. Dat voorkomt dat voor iedere verkenning direct externe adviseurs moeten worden ingeschakeld. Pas wanneer een project verder komt, ontstaat behoefte aan aanvullende analyses of een onafhankelijke toets.

Taxatie biedt extra houvast

Dat betekent niet dat taxateurs volledig overbodig worden. Woonzorg Nederland schakelt regelmatig landelijke taxatiekantoren in om marktrapportages op te stellen. Volgens Rijntjes vervullen die rapporten een belangrijke rol binnen de governance bij grote investeringsbeslissingen: ze bieden een onafhankelijke beoordeling van de markt en geven bestuurders en toezichthouders extra houvast. De combinatie van eigen analyses op basis van marktdata en externe validatie levert volgens hem de meest robuuste besluitvorming op.

De discussie over marktwaarde raakt volgens Rijntjes uiteindelijk aan een bredere vraag. De afgelopen jaren heeft marktwaarde, in welke vorm dan ook, een belangrijke rol gespeeld bij het toetsen van investeringen; die markttoets fungeerde als een extra waarborg binnen de sector. Nu marktwaarde minder prominent aanwezig is in de verslaglegging, ontstaat de vraag hoe die functie in de toekomst wordt ingevuld. Hij constateert dat veel corporaties daarmee worstelen: niemand verlangt terug naar een administratieve verplichting die weinig toevoegt aan de praktijk, maar tegelijkertijd bestaat er behoefte aan instrumenten die bestuurders helpen om investeringen vanuit meerdere perspectieven te beoordelen.

Verhuur aan marktpartijen

Voor Woonzorg Nederland komt daar nog een extra dimensie bij. De corporatie richt zich op seniorenhuisvesting en werkt intensief samen met zorgorganisaties. Een aanzienlijk deel van de inkomsten is verbonden aan zorgvastgoed en contracten met zorgpartijen, waarmee de organisatie zich deels op een markt begeeft die afwijkt van de reguliere sociale huursector. Juist in dat speelveld zijn inzicht in marktontwikkelingen, rendementen en vastgoedwaarderingen belangrijk, iets wat voor elke, wat grotere corporatie geldt die ook ander vastgoed dan woningen verhuurt.

Onderbouwde beslissingen

Beleidswaarde past daarmee volgens Rijntjes uitstekend bij de maatschappelijke rol van woningcorporaties, maar verandert niets aan de noodzaak om de markt te begrijpen zodra vastgoed wordt ontwikkeld, gekocht, verkocht, getransformeerd of verduurzaamd. Marktinformatie blijft daarom een onmisbaar instrument: niet voor het sturen in de maatschappelijke opgave, maar om ervoor te zorgen dat die opgave wordt gedragen door goed onderbouwde vastgoedbeslissingen.

Woningcorporaties zijn geen beleggers. Verre van. Hun opdracht is maatschappelijk, niet commercieel. Toch ontkomt geen enkele corporatie aan de werkelijkheid van de vastgoedmarkt. Wie woningen koopt, verkoopt, renoveert of ontwikkelt, moet weten wat vastgoed waard is, hoe de markt zich ontwikkelt en welke alternatieve keuzes er zijn.

Duco Bodewes ziet marktwaardeberekeningen als een bouwsteen voor goed bestuur. Hij adviseert institutionele beleggers, woningcorporaties en andere maatschappelijke organisaties die in vastgoed investeren, op het vlak van investment-, portefeuille- en assetmanagement. “Bij corporaties begint en eindigt alles met maatschappelijke overwegingen. Dat staat voorop. Maar je wilt die wel op een financieel onderbouwde, verstandige manier maken.”

De opkomst van assetmanagement in de corporatiesector tien, vijftien jaar geleden speelde een belangrijke rol bij de introductie van het marktwaardedenken bij corporaties. Analyses van kasstromen, risico’s en alternatieven werden een belangrijk onderdeel van investeringsbeslissingen. Niet om corporaties te veranderen in beleggers, benadrukt Bodewes, maar om betere keuzes te maken. “De gedachte was: regelmatig denken als een belegger om slim te handelen als een corporatie.”

Verschillende scenario’s

Die omslag bracht een nieuwe manier van kijken met zich mee. Niet alleen de vraag stellen wat een complex vandaag waard is, maar vooral kijken naar wat er gebeurt als je verschillende scenario’s naast elkaar legt. Renoveren, verkopen, slopen, nieuw bouwen of blijven exploiteren: het zijn allemaal keuzes met financiële én maatschappelijke gevolgen. En hoe je het rendement binnen een gekozen variant optimaliseert.

Toch betekent dat niet dat elke marktwaardeberekening automatisch waarde toevoegt. Bodewes kijkt kritisch terug op de periode waarin corporaties jaarlijks hun volledige portefeuille lieten waarderen voor de jaarrekening. Die exercitie leverde veel cijfers op, maar weinig handelingsperspectief. “Corporaties hebben er bar weinig mee kunnen doen. Er stond een marktwaarde in de jaarrekening en daarna ging iedereen weer over tot de orde van de dag. Het was een hoop gedoe, kostte veel geld en vervolgens had een corporatie een idee van de marktwaarde van de hele portefeuille, maar geen serieuze taxaties van individuele complexen, waardoor je er bij concrete investeringsafwegingen nog steeds niets aan had. Een circus was het.”

Dichter bij de praktijk

Volgens hem zit de werkelijke betekenis van marktwaardeberekeningen veel dichter bij de praktijk. Bestuurders hebben geen behoefte aan een abstracte portefeuillewaarde, maar aan betrouwbare informatie op het moment dat er daadwerkelijk een beslissing moet worden genomen. Juist dan maakt inzicht in marktprijzen het verschil.

Neem de verkoop van woningen. Een corporatie die woningen wil uitponden, moet weten wat de woning leeg oplevert. Wie een volledig verhuurd complex verkoopt of overweegt dat te doen, heeft juist inzicht nodig in de marktwaarde in verhuurde staat, inclusief beklemmingen.

Echte euro’s

Hetzelfde geldt voor nieuwbouw en gebiedsontwikkeling. Corporaties werken steeds vaker samen met ontwikkelaars, beleggers en gemeenten. In die omgeving gelden geen beleidswaarden of maatschappelijke uitgangspunten. Daar draait het om transacties, grondprijzen, rendementen en risico’s. “Je doet zaken op de markt. Daar gaat het om echte euro’s.”

Vooral bij grote investeringsvraagstukken wordt dat zichtbaar. Renovaties worden duurder, verduurzaming vraagt forse investeringen en de druk om nieuwe woningen te bouwen neemt toe. Bestuurders moeten daarom steeds vaker afwegen of een bestaande investering nog de beste keuze is. Volgens Bodewes begint die afweging met een eenvoudige vraag: wat geef je op als je een andere route kiest? “Als je kiest tussen renoveren of slopen, moet je weten welk kapitaal je vernietigt en wat je ervoor terugkrijgt.”

Maatschappelijke opdracht

Dat betekent niet dat marktwaarde bepalend wordt. Integendeel. Corporaties maken uiteindelijk keuzes vanuit hun maatschappelijke opdracht. Het realiseren van de maatschappelijke opgave, daar draait het om. Maar keuzes moeten wel financieel goed onderbouwd zijn. Daar ziet Bodewes een duidelijke rol voor StiVAD, de non-profitorganisatie achter het Nederlandse vastgoedtransactieregister. Niet alleen voor de individuele corporaties die deelnemen, maar ook voor het grotere maatschappelijke belang van transparantie en betrouwbare marktinformatie op de Nederlandse woningmarkt. “Het is in ieders belang dat er meer transparantie en daarmee een beter marktinzicht ontstaat. Corporaties vormen een groot deel van de woningmarkt en hebben daarom ook een verantwoordelijkheid om gegevens te delen, net als toezichthouders, banken en institutionele beleggers.”

Ingrijpende keuzes

Die verantwoordelijkheid wordt volgens hem alleen maar groter. Corporaties nemen veel beslissingen over nieuwbouw en gebiedsontwikkelingen. Ook verwacht Bodewes dat vroeg of laat weer meer woningen verkocht gaan worden, om een bijdrage te leveren aan gemengde wijken en middelen vrij te spelen voor extra nieuwbouw. “Bij het bouwen of verkopen van woningen begeef je je nadrukkelijk op de markt. Dan moet je weten welke prijzen er worden betaald.”

Beleggers investeerden in het eerste kwartaal van 2026 gemeten naar leverdatum voor een totaalbedrag van 450 miljoen euro in overige vastgoedklassen. In dezelfde periode vorig jaar lag dat bedrag op 166 miljoen euro. Dat is een groei van ruim 170 procent.  

Onder de categorie ‘Overig’ schaart StiVAD vastgoed als maatschappelijk vastgoed, hotels en grond.

Onder de vijf grootste transacties in deze categorie die StiVAD registreerde, bevinden zich de oplevering van het Maritim Hotel in Amsterdam voor 270 miljoen euro en de aankoop van het Ruby Hotel aan de Glashaven in Rotterdam voor 57 miljoen euro door Bouwinvest. Een bijzondere transactie is de aankoop van de failliete biologische kwekerij van kruiden en groenteplanten voor hobbykwekers Jongerius in Houten door ondernemer Wim Beelen. Hij wil het 30 hectare grote glastuinbouwbedrijf voortzetten. Op vier staat de grondtransactie van 10 miljoen euro waarmee een ontwikkelcombinatie van Synchroon en BPD voorsorteert op woningbouw in het industriegebied Sloterdijk in Amsterdam. De top 5 wordt afgesloten met de aankoop voor 9 miljoen euro van de multifunctionele accommodatie Het Hunzehuys in Borger door de gemeente. De laatste drie transacties zijn feitelijk geen zuivere beleggingstransacties. 

Door de ongelijksoortige verzameling vastgoedobjecten in deze categorie is het niet zinvol een overzicht van betaalde rendementen in boxplots te presenteren. Wel is er iets te zeggen over de netto-uitstroom van buitenlands kapitaal in deze categorie. Die komt uit op 10 miljoen euro. 

De grootste verkoper onder buitenlandse beleggers was een partij uit de Verenigde Staten. Een buitenlandse koper van Nederland vastgoed in deze vastgoedklasse is dit jaar nog niet gesignaleerd. 

 

 

Beleggers hebben in 2026 tot nu toe, gemeten naar leverdatum, in 79 transacties voor 850 miljoen euro aan bedrijfsruimte verhandeld. In dezelfde periode een jaar geleden lag dat totaal op 681 miljoen euro. Dat is een groei van bijna een kwart. 

In de top 5 grootste transacties draait het volledig om logistieke objecten. Het pand met de grootste oppervlakte staat dan ook stijf op één: ruim 80.000 m² voor een prijs van 146 miljoen euro. Doorgaans dalen met de oppervlakte en een mindere ligging ook de verkoopprijzen. Park15 in Oosterhout ging met ruim 30.000 m² voor 46 miljoen, de Emma Goldmanweg in Tilburg met een kleine 20.000 m² voor 45 miljoen euro. Het iets grotere logistieke gebouw aan de Diamentweg in Hapert werd voor 43 miljoen euro aangekocht.  Op de vijfde plek komt een pand aan de Transportweg in Waddinxveen: bijna 30.000 m² voor 39 miljoen euro. 

Het mediane BAR voor logistieke gebouwen komt in de waarnemingen van StiVAD in het eerste kwartaal van 2026 uit op 8,15 procent. Het laagste BAR komt uit op 7,7, het hoogste op 8,57. Hierbij is wel een kanttekening op zijn plaats. Doordat deelnemers in StiVAD ondervertegenwoordigd zijn in de vastgoedklasse bedrijfsruimten, is ook het zicht op de huurstromen in deze sector beperkt. Die informatie is noodzakelijk om rendementen te kunnen berekenen. 

In de markt voor logistiek spelen buitenlandse beleggers een belangrijke rol. In de top 5 is zelfs bij elke transactie de koper een partij van over de grens. 

De netto-instroom van buitenlands kapitaal in deze sector komt in 2026 tot nu uit op 220 miljoen euro, bij een beperkte uitstroom van 60 miljoen euro. De belangrijkste verkopers zijn afkomstig uit Canada, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Verenigde Staten. De grootste kopers zijn afkomstig uit Singapore, Australië, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Partijen waarvan geen eenduidig land van herkomst is aan te wijzen, worden door StiVAD gemarkeerd als EXT. 

 

Beleggers staken tot nu toe in 2026, gemeten naar leverdatum, een bedrag van 720 miljoen euro in kantoren. In dezelfde periode vorig jaar was dat 294 miljoen euro. Dat is bijna 190 procent. 

De top 5 grootste transacties wordt aangevoerd door kantoorgebouw Cedar in Amsterdam, dat voor 168 miljoen euro werd gekocht door eindgebruiker ING van een buitenlandse belegger. De Zilveren Toren in Den Haag, die onderdak biedt aan pensioenbelegger MN, werd door een particuliere belegger verkocht aan het Rijksvastgoedbedrijf. Beide transacties zijn daarmee niet aan te merken als belegging. Het kantoor van het CBS in de vorm van een dubbele U in Den Haag ging voor 66 miljoen naar een Franse belegger. Het mixed-use-object Fort Isabella ging voor 33 miljoen naar het family office Hinke Fongers Beheer. De kantoortoren Hooghuis in Eindhoven werd voor 32 miljoen euro van de hand gedaan door NSI. De koper is een particuliere belegger. 

 

Het mediane BAR kwam in het eerste kwartaal uit op 8,8 procent. Het laagste BAR van 4,75 werd betaald voor de monumentale kantoorvilla aan de Van Vollenhovenstraat 7 in Rotterdam in een deal tussen twee particuliere beleggers. Het hoogste BAR van 13,4 procent werd gerealiseerd in een transactie met drie bedrijfsverzamelgebouwen in Hoevelaken die door een buitenlandse belegger werden overgedaan aan een particulier. 

Het saldo van de in- en uitstroom van buitenlands kapitaal in de markt voor kantoorbeleggingen kwam in 2026 tot nu uit op een uitstroom van 200 miljoen euro. 

 

De belangrijkste verkopers waren afkomstig uit België, Jersey, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De grootste kopers van kantoorvastgoed waren afkomstig uit Frankrijk, Zwitserland, Singapore en Canada.

Het beleggingsvolume in winkels, gemeten naar leverdatum, ligt in 2026 na 47 transacties op 530 miljoen euro. Een jaar geleden kwam dit totaal uit op 253 miljoen euro. Dat is een ruime verdubbeling.

De grootste transactie tot nu toe was de aankoop van het winkelcentrum De Marke in Drachten voor 248 miljoen euro door beleggingsfondsenbouwer Renpart. Wijkwinkelcentrum Carnisse Veste in Barendrecht met veertig winkelunits ging voor 54 miljoen euro naar de Franse internationale vermogensbeheerder KGAL. De 31 winkelunits van wijkwinkelcentrum Ackershof in Pijnacker werden voor 26 miljoen van de hand gedaan door een institutionele belegger aan een particulier. Twee winkelpanden met woningen in Maastricht en een mandje van acht winkels in verschillende steden brachten respectievelijk 24 en 18 miljoen euro op.

Het mediane BAR kwam in het eerste kwartaal van 2026 uit op 7,7 procent. Het laagste BAR van 5,3 procent werd betaald voor drie nieuw te bouwen winkelunits in een mixed-usecomplex nabij Amsterdam. Het hoogste BAR van 10,35 procent werd betaald voor een winkelstrip van vier units onder woningen in Rotterdam Hoogvliet.

Buitenlandse beleggers kochten in totaal voor 50 miljoen euro meer winkels dan ze er verkochten.

De belangrijkste verkoper was een partij waarvan het land van herkomst niet eenduidig te bepalen was. De grootste koper was afkomstig uit Frankrijk.

Beleggers hebben tot nu in 2026, gemeten naar leverdatum, in 15 transacties voor 190 miljoen euro geïnvesteerd in zorgvastgoed. In dezelfde periode vorig jaar lag het beleggingsvolume nog op 124 miljoen euro. Dat betekent een toename met ruim de helft.

Omdat seniorenwoningen ook tot deze assetklasse behoren, werden waarschijnlijk net als bij reguliere woningen transacties doorgeschoven naar het nieuwe jaar om de verlaagde overdrachtsbelasting op beleggingswoningen te benutten. Die ging per 1 januari van 10,4 naar 8 procent.

De vijf grootste transacties varieerden in omvang van 12 miljoen euro voor het voormalige woonzorgcentrum Nijevelt aan de Heyendaalseweg in Nijmegen, waar asielzoekers worden opgevangen, tot een turnkey-overeenkomst van 38 miljoen euro voor de bouw van 108 levensloopbestendige woningen in Zaandam.

Het mediane BAR voor zorgvastgoed kwam in het eerste kwartaal van 2026 uit op 5,25 procent. Het laagste BAR van 5,04 procent werd betaald voor een verzamelgebouw met medische dienstverleners in Gouda voor 2,2 miljoen euro. Het hoogste BAR van 13,85 procent werd door een zorginstelling betaald voor een verouderd woonzorgcentrum met ruim honderd eenheden in Franeker.

De netto-instroom van buitenlands kapitaal uit de zorgvastgoedmarkt kwam tot nu toe uit op vijftig miljoen euro.

Verkocht werd er door partijen uit Canada, België, Duitsland en de VS. Kopers waren afkomstig uit Frankrijk, Singapore, Australië en Zwitserland. Partijen waarvan geen eenduidig land van herkomst kan worden aangewezen, worden door StiVAD gemarkeerd als EXT.

In het eerste kwartaal van 2026 werd gemeten naar leverdatum door beleggers in 128 transacties voor 2,93 miljard euro in woningen belegd. In dezelfde periode vorig jaar lag het beleggingsvolume nog op 1,67 miljard euro. Dat betekent een toename van ruim 75 procent.

Deze toename wordt voor een deel verklaard door de verlaging van de overdrachtsbelasting voor beleggingswoningen met ingang van 2026 van 10,4 naar 8 procent. Als partijen daartoe in staat waren, werden voorgenomen transacties uit 2025 over de jaarwisseling heen getild om het lagere belastingtarief te benutten.

De grootste transactie met woningen betreft Eleven Square in Amsterdam, waar 934 woningen worden gebouwd voor een som van 317 miljoen euro. Op de tweede plaats komt de transactie Bozar in Zwolle, waar 579 bestaande woningen werden verkocht voor 215 miljoen euro. Op drie opnieuw te bouwen 442 senioren- en zorgwoningen voor 130 miljoen euro in Nijmegen. De vierde plaats wordt bezet door 236 bestaande woningen met 244 parkeerplaatsen voor 105 miljoen euro in Diemen. Hekkensluiter in de top 5 is de zogeheten AIX-portefeuille met 446 bestaande woningen en 138 parkeerplaatsen verspreid over het land voor 99 miljoen euro.

Het mediane BAR voor woningcomplexen kwam in het eerste kwartaal van 2026 uit op 4,7 procent. Het laagste BAR van 2,6 procent werd betaald voor drie verspreid liggende verouderde woningen in Utrecht die door een institutionele belegger werden verkocht aan een particuliere belegger. Het hoogste BAR van 7,4 procent werd betaald voor een portefeuille met bijna vijftig woningen verspreid over Amsterdam, die werd gekocht door een institutionele belegger van een particulier voor 17,5 miljoen euro.

Omdat het hier om transacties naar leverdatum gaat, zijn ook datapunten in het tweede en vierde kwartaal zichtbaar.

De netto-uitstroom van buitenlands kapitaal uit de woningbeleggingsmarkt bleef tot nu toe beperkt tot tien miljoen euro. De grootste verkopers waren partijen uit Canada en Duitsland. De grootste kopende buitenlandse partij heeft geen eenduidig land van herkomst en is daardoor in de StiVAD-database gemarkeerd als EXT.

Na het eerste kwartaal van 2026 komt het volume van vastgoedbeleggingen in de Nederlandse markt, gemeten naar leverdatum, uit op 5,22 miljard euro. Dat is 63 procent meer dan een jaar geleden. Toen stond het totaal op 3,19 miljard euro. Dat meldt het onafhankelijke vastgoeddataplatform StiVAD. In totaal werden in 2026 tot nu 332 beleggingstransacties geregistreerd. 

Gemeten naar overeenkomstdatum komt het beleggingsvolume flink lager uit op 2,3 miljard euro bij 176 transacties. Het verschil tussen beide totalen zegt iets over het sentiment in de markt. Cijfers naar leverdatum tonen het sentiment uit het verleden; de deals zijn afgerond, het vastgoed is opgeleverd. Cijfers naar overeenkomstdatum zitten dichter op de markt: partijen hebben onlangs overeenstemming bereikt. Het optimisme in de markt is dus gedaald. 

In de top 5 van grootste transacties hebben woningen de overhand: op de eerste plaats komt de turnkey-overeenkomst Eleven Square in Amsterdam voor 317 miljoen euro voor een complex met 455 studentenwoningen, een winkel en 478 woningen in het hogere segment. Op drie staat het bestaande woningcomplex Bozar in Zwolle met 215 miljoen euro voor 579 woningen.  Op de vijfde plek komt de koop-aannemingsovereenkomst van 130 miljoen euro voor 442 senioren- en zorgwoningen in Nijmegen. Winkels bezetten de tweede plek met 248 miljoen euro voor het conveniencedeel van winkelcentrum De Marke in Drachten. Op plek vier staat de deal met het ING-kantoor Cedar in Amsterdam dat voor 168 miljoen euro in handen komt van de bank. Doordat de koper ook de gebruiker is, betreft het hier feitelijk geen belegging.

De netto-instroom van buitenlands kapitaal kwam tot nu toe uit op 50 miljoen euro. Dat bedrag steekt scherp af bij de instroom van bijna 5 miljard euro in 2022. Uitstroom is een deal met een buitenlandse koper en een Nederlandse verkoper. Bij instroom is er een buitenlandse verkoper en een Nederlandse koper. Transacties tussen buitenlandse partijen onderling blijven hier buiten beschouwing. 

De belangrijkste partijen die hun kapitaal uit de Nederlandse markt haalden, kwamen uit Canada, België, Duitsland en de Verenigde Staten. Partijen die juist kapitaal in Nederlands vastgoed staken, kwamen uit Frankrijk, Singapore, Australië en Zwitserland. Kapitaal dat niet duidelijk te herleiden is tot één land van herkomst, wordt door StiVAD gemarkeerd als EXT.