Woningcorporaties zijn geen beleggers. Verre van. Hun opdracht is maatschappelijk, niet commercieel. Toch ontkomt geen enkele corporatie aan de werkelijkheid van de vastgoedmarkt. Wie woningen koopt, verkoopt, renoveert of ontwikkelt, moet weten wat vastgoed waard is, hoe de markt zich ontwikkelt en welke alternatieve keuzes er zijn.

Duco Bodewes ziet marktwaardeberekeningen als een bouwsteen voor goed bestuur. Hij adviseert institutionele beleggers, woningcorporaties en andere maatschappelijke organisaties die in vastgoed investeren, op het vlak van investment-, portefeuille- en assetmanagement. “Bij corporaties begint en eindigt alles met maatschappelijke overwegingen. Dat staat voorop. Maar je wilt die wel op een financieel onderbouwde, verstandige manier maken.”

De opkomst van assetmanagement in de corporatiesector tien, vijftien jaar geleden speelde een belangrijke rol bij de introductie van het marktwaardedenken bij corporaties. Analyses van kasstromen, risico’s en alternatieven werden een belangrijk onderdeel van investeringsbeslissingen. Niet om corporaties te veranderen in beleggers, benadrukt Bodewes, maar om betere keuzes te maken. “De gedachte was: regelmatig denken als een belegger om slim te handelen als een corporatie.”

Verschillende scenario’s

Die omslag bracht een nieuwe manier van kijken met zich mee. Niet alleen de vraag stellen wat een complex vandaag waard is, maar vooral kijken naar wat er gebeurt als je verschillende scenario’s naast elkaar legt. Renoveren, verkopen, slopen, nieuw bouwen of blijven exploiteren: het zijn allemaal keuzes met financiële én maatschappelijke gevolgen. En hoe je het rendement binnen een gekozen variant optimaliseert.

Toch betekent dat niet dat elke marktwaardeberekening automatisch waarde toevoegt. Bodewes kijkt kritisch terug op de periode waarin corporaties jaarlijks hun volledige portefeuille lieten waarderen voor de jaarrekening. Die exercitie leverde veel cijfers op, maar weinig handelingsperspectief. “Corporaties hebben er bar weinig mee kunnen doen. Er stond een marktwaarde in de jaarrekening en daarna ging iedereen weer over tot de orde van de dag. Het was een hoop gedoe, kostte veel geld en vervolgens had een corporatie een idee van de marktwaarde van de hele portefeuille, maar geen serieuze taxaties van individuele complexen, waardoor je er bij concrete investeringsafwegingen nog steeds niets aan had. Een circus was het.”

Dichter bij de praktijk

Volgens hem zit de werkelijke betekenis van marktwaardeberekeningen veel dichter bij de praktijk. Bestuurders hebben geen behoefte aan een abstracte portefeuillewaarde, maar aan betrouwbare informatie op het moment dat er daadwerkelijk een beslissing moet worden genomen. Juist dan maakt inzicht in marktprijzen het verschil.

Neem de verkoop van woningen. Een corporatie die woningen wil uitponden, moet weten wat de woning leeg oplevert. Wie een volledig verhuurd complex verkoopt of overweegt dat te doen, heeft juist inzicht nodig in de marktwaarde in verhuurde staat, inclusief beklemmingen.

Echte euro’s

Hetzelfde geldt voor nieuwbouw en gebiedsontwikkeling. Corporaties werken steeds vaker samen met ontwikkelaars, beleggers en gemeenten. In die omgeving gelden geen beleidswaarden of maatschappelijke uitgangspunten. Daar draait het om transacties, grondprijzen, rendementen en risico’s. “Je doet zaken op de markt. Daar gaat het om echte euro’s.”

Vooral bij grote investeringsvraagstukken wordt dat zichtbaar. Renovaties worden duurder, verduurzaming vraagt forse investeringen en de druk om nieuwe woningen te bouwen neemt toe. Bestuurders moeten daarom steeds vaker afwegen of een bestaande investering nog de beste keuze is. Volgens Bodewes begint die afweging met een eenvoudige vraag: wat geef je op als je een andere route kiest? “Als je kiest tussen renoveren of slopen, moet je weten welk kapitaal je vernietigt en wat je ervoor terugkrijgt.”

Maatschappelijke opdracht

Dat betekent niet dat marktwaarde bepalend wordt. Integendeel. Corporaties maken uiteindelijk keuzes vanuit hun maatschappelijke opdracht. Het realiseren van de maatschappelijke opgave, daar draait het om. Maar keuzes moeten wel financieel goed onderbouwd zijn. Daar ziet Bodewes een duidelijke rol voor StiVAD, de non-profitorganisatie achter het Nederlandse vastgoedtransactieregister. Niet alleen voor de individuele corporaties die deelnemen, maar ook voor het grotere maatschappelijke belang van transparantie en betrouwbare marktinformatie op de Nederlandse woningmarkt. “Het is in ieders belang dat er meer transparantie en daarmee een beter marktinzicht ontstaat. Corporaties vormen een groot deel van de woningmarkt en hebben daarom ook een verantwoordelijkheid om gegevens te delen, net als toezichthouders, banken en institutionele beleggers.”

Ingrijpende keuzes

Die verantwoordelijkheid wordt volgens hem alleen maar groter. Corporaties nemen veel beslissingen over nieuwbouw en gebiedsontwikkelingen. Ook verwacht Bodewes dat vroeg of laat weer meer woningen verkocht gaan worden, om een bijdrage te leveren aan gemengde wijken en middelen vrij te spelen voor extra nieuwbouw. “Bij het bouwen of verkopen van woningen begeef je je nadrukkelijk op de markt. Dan moet je weten welke prijzen er worden betaald.”

Beleggers investeerden in het eerste kwartaal van 2026 gemeten naar leverdatum voor een totaalbedrag van 450 miljoen euro in overige vastgoedklassen. In dezelfde periode vorig jaar lag dat bedrag op 166 miljoen euro. Dat is een groei van ruim 170 procent.  

Onder de categorie ‘Overig’ schaart StiVAD vastgoed als maatschappelijk vastgoed, hotels en grond.

Onder de vijf grootste transacties in deze categorie die StiVAD registreerde, bevinden zich de oplevering van het Maritim Hotel in Amsterdam voor 270 miljoen euro en de aankoop van het Ruby Hotel aan de Glashaven in Rotterdam voor 57 miljoen euro door Bouwinvest. Een bijzondere transactie is de aankoop van de failliete biologische kwekerij van kruiden en groenteplanten voor hobbykwekers Jongerius in Houten door ondernemer Wim Beelen. Hij wil het 30 hectare grote glastuinbouwbedrijf voortzetten. Op vier staat de grondtransactie van 10 miljoen euro waarmee een ontwikkelcombinatie van Synchroon en BPD voorsorteert op woningbouw in het industriegebied Sloterdijk in Amsterdam. De top 5 wordt afgesloten met de aankoop voor 9 miljoen euro van de multifunctionele accommodatie Het Hunzehuys in Borger door de gemeente. De laatste drie transacties zijn feitelijk geen zuivere beleggingstransacties. 

Door de ongelijksoortige verzameling vastgoedobjecten in deze categorie is het niet zinvol een overzicht van betaalde rendementen in boxplots te presenteren. Wel is er iets te zeggen over de netto-uitstroom van buitenlands kapitaal in deze categorie. Die komt uit op 10 miljoen euro. 

De grootste verkoper onder buitenlandse beleggers was een partij uit de Verenigde Staten. Een buitenlandse koper van Nederland vastgoed in deze vastgoedklasse is dit jaar nog niet gesignaleerd. 

 

 

Beleggers hebben in 2026 tot nu toe, gemeten naar leverdatum, in 79 transacties voor 850 miljoen euro aan bedrijfsruimte verhandeld. In dezelfde periode een jaar geleden lag dat totaal op 681 miljoen euro. Dat is een groei van bijna een kwart. 

In de top 5 grootste transacties draait het volledig om logistieke objecten. Het pand met de grootste oppervlakte staat dan ook stijf op één: ruim 80.000 m² voor een prijs van 146 miljoen euro. Doorgaans dalen met de oppervlakte en een mindere ligging ook de verkoopprijzen. Park15 in Oosterhout ging met ruim 30.000 m² voor 46 miljoen, de Emma Goldmanweg in Tilburg met een kleine 20.000 m² voor 45 miljoen euro. Het iets grotere logistieke gebouw aan de Diamentweg in Hapert werd voor 43 miljoen euro aangekocht.  Op de vijfde plek komt een pand aan de Transportweg in Waddinxveen: bijna 30.000 m² voor 39 miljoen euro. 

Het mediane BAR voor logistieke gebouwen komt in de waarnemingen van StiVAD in het eerste kwartaal van 2026 uit op 8,15 procent. Het laagste BAR komt uit op 7,7, het hoogste op 8,57. Hierbij is wel een kanttekening op zijn plaats. Doordat deelnemers in StiVAD ondervertegenwoordigd zijn in de vastgoedklasse bedrijfsruimten, is ook het zicht op de huurstromen in deze sector beperkt. Die informatie is noodzakelijk om rendementen te kunnen berekenen. 

In de markt voor logistiek spelen buitenlandse beleggers een belangrijke rol. In de top 5 is zelfs bij elke transactie de koper een partij van over de grens. 

De netto-instroom van buitenlands kapitaal in deze sector komt in 2026 tot nu uit op 220 miljoen euro, bij een beperkte uitstroom van 60 miljoen euro. De belangrijkste verkopers zijn afkomstig uit Canada, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Verenigde Staten. De grootste kopers zijn afkomstig uit Singapore, Australië, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Partijen waarvan geen eenduidig land van herkomst is aan te wijzen, worden door StiVAD gemarkeerd als EXT. 

 

Beleggers staken tot nu toe in 2026, gemeten naar leverdatum, een bedrag van 720 miljoen euro in kantoren. In dezelfde periode vorig jaar was dat 294 miljoen euro. Dat is bijna 190 procent. 

De top 5 grootste transacties wordt aangevoerd door kantoorgebouw Cedar in Amsterdam, dat voor 168 miljoen euro werd gekocht door eindgebruiker ING van een buitenlandse belegger. De Zilveren Toren in Den Haag, die onderdak biedt aan pensioenbelegger MN, werd door een particuliere belegger verkocht aan het Rijksvastgoedbedrijf. Beide transacties zijn daarmee niet aan te merken als belegging. Het kantoor van het CBS in de vorm van een dubbele U in Den Haag ging voor 66 miljoen naar een Franse belegger. Het mixed-use-object Fort Isabella ging voor 33 miljoen naar het family office Hinke Fongers Beheer. De kantoortoren Hooghuis in Eindhoven werd voor 32 miljoen euro van de hand gedaan door NSI. De koper is een particuliere belegger. 

 

Het mediane BAR kwam in het eerste kwartaal uit op 8,8 procent. Het laagste BAR van 4,75 werd betaald voor de monumentale kantoorvilla aan de Van Vollenhovenstraat 7 in Rotterdam in een deal tussen twee particuliere beleggers. Het hoogste BAR van 13,4 procent werd gerealiseerd in een transactie met drie bedrijfsverzamelgebouwen in Hoevelaken die door een buitenlandse belegger werden overgedaan aan een particulier. 

Het saldo van de in- en uitstroom van buitenlands kapitaal in de markt voor kantoorbeleggingen kwam in 2026 tot nu uit op een uitstroom van 200 miljoen euro. 

 

De belangrijkste verkopers waren afkomstig uit België, Jersey, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De grootste kopers van kantoorvastgoed waren afkomstig uit Frankrijk, Zwitserland, Singapore en Canada.

Het beleggingsvolume in winkels, gemeten naar leverdatum, ligt in 2026 na 47 transacties op 530 miljoen euro. Een jaar geleden kwam dit totaal uit op 253 miljoen euro. Dat is een ruime verdubbeling.

De grootste transactie tot nu toe was de aankoop van het winkelcentrum De Marke in Drachten voor 248 miljoen euro door beleggingsfondsenbouwer Renpart. Wijkwinkelcentrum Carnisse Veste in Barendrecht met veertig winkelunits ging voor 54 miljoen euro naar de Franse internationale vermogensbeheerder KGAL. De 31 winkelunits van wijkwinkelcentrum Ackershof in Pijnacker werden voor 26 miljoen van de hand gedaan door een institutionele belegger aan een particulier. Twee winkelpanden met woningen in Maastricht en een mandje van acht winkels in verschillende steden brachten respectievelijk 24 en 18 miljoen euro op.

Het mediane BAR kwam in het eerste kwartaal van 2026 uit op 7,7 procent. Het laagste BAR van 5,3 procent werd betaald voor drie nieuw te bouwen winkelunits in een mixed-usecomplex nabij Amsterdam. Het hoogste BAR van 10,35 procent werd betaald voor een winkelstrip van vier units onder woningen in Rotterdam Hoogvliet.

Buitenlandse beleggers kochten in totaal voor 50 miljoen euro meer winkels dan ze er verkochten.

De belangrijkste verkoper was een partij waarvan het land van herkomst niet eenduidig te bepalen was. De grootste koper was afkomstig uit Frankrijk.

Beleggers hebben tot nu in 2026, gemeten naar leverdatum, in 15 transacties voor 190 miljoen euro geïnvesteerd in zorgvastgoed. In dezelfde periode vorig jaar lag het beleggingsvolume nog op 124 miljoen euro. Dat betekent een toename met ruim de helft.

Omdat seniorenwoningen ook tot deze assetklasse behoren, werden waarschijnlijk net als bij reguliere woningen transacties doorgeschoven naar het nieuwe jaar om de verlaagde overdrachtsbelasting op beleggingswoningen te benutten. Die ging per 1 januari van 10,4 naar 8 procent.

De vijf grootste transacties varieerden in omvang van 12 miljoen euro voor het voormalige woonzorgcentrum Nijevelt aan de Heyendaalseweg in Nijmegen, waar asielzoekers worden opgevangen, tot een turnkey-overeenkomst van 38 miljoen euro voor de bouw van 108 levensloopbestendige woningen in Zaandam.

Het mediane BAR voor zorgvastgoed kwam in het eerste kwartaal van 2026 uit op 5,25 procent. Het laagste BAR van 5,04 procent werd betaald voor een verzamelgebouw met medische dienstverleners in Gouda voor 2,2 miljoen euro. Het hoogste BAR van 13,85 procent werd door een zorginstelling betaald voor een verouderd woonzorgcentrum met ruim honderd eenheden in Franeker.

De netto-instroom van buitenlands kapitaal uit de zorgvastgoedmarkt kwam tot nu toe uit op vijftig miljoen euro.

Verkocht werd er door partijen uit Canada, België, Duitsland en de VS. Kopers waren afkomstig uit Frankrijk, Singapore, Australië en Zwitserland. Partijen waarvan geen eenduidig land van herkomst kan worden aangewezen, worden door StiVAD gemarkeerd als EXT.

In het eerste kwartaal van 2026 werd gemeten naar leverdatum door beleggers in 128 transacties voor 2,93 miljard euro in woningen belegd. In dezelfde periode vorig jaar lag het beleggingsvolume nog op 1,67 miljard euro. Dat betekent een toename van ruim 75 procent.

Deze toename wordt voor een deel verklaard door de verlaging van de overdrachtsbelasting voor beleggingswoningen met ingang van 2026 van 10,4 naar 8 procent. Als partijen daartoe in staat waren, werden voorgenomen transacties uit 2025 over de jaarwisseling heen getild om het lagere belastingtarief te benutten.

De grootste transactie met woningen betreft Eleven Square in Amsterdam, waar 934 woningen worden gebouwd voor een som van 317 miljoen euro. Op de tweede plaats komt de transactie Bozar in Zwolle, waar 579 bestaande woningen werden verkocht voor 215 miljoen euro. Op drie opnieuw te bouwen 442 senioren- en zorgwoningen voor 130 miljoen euro in Nijmegen. De vierde plaats wordt bezet door 236 bestaande woningen met 244 parkeerplaatsen voor 105 miljoen euro in Diemen. Hekkensluiter in de top 5 is de zogeheten AIX-portefeuille met 446 bestaande woningen en 138 parkeerplaatsen verspreid over het land voor 99 miljoen euro.

Het mediane BAR voor woningcomplexen kwam in het eerste kwartaal van 2026 uit op 4,7 procent. Het laagste BAR van 2,6 procent werd betaald voor drie verspreid liggende verouderde woningen in Utrecht die door een institutionele belegger werden verkocht aan een particuliere belegger. Het hoogste BAR van 7,4 procent werd betaald voor een portefeuille met bijna vijftig woningen verspreid over Amsterdam, die werd gekocht door een institutionele belegger van een particulier voor 17,5 miljoen euro.

Omdat het hier om transacties naar leverdatum gaat, zijn ook datapunten in het tweede en vierde kwartaal zichtbaar.

De netto-uitstroom van buitenlands kapitaal uit de woningbeleggingsmarkt bleef tot nu toe beperkt tot tien miljoen euro. De grootste verkopers waren partijen uit Canada en Duitsland. De grootste kopende buitenlandse partij heeft geen eenduidig land van herkomst en is daardoor in de StiVAD-database gemarkeerd als EXT.

Na het eerste kwartaal van 2026 komt het volume van vastgoedbeleggingen in de Nederlandse markt, gemeten naar leverdatum, uit op 5,22 miljard euro. Dat is 63 procent meer dan een jaar geleden. Toen stond het totaal op 3,19 miljard euro. Dat meldt het onafhankelijke vastgoeddataplatform StiVAD. In totaal werden in 2026 tot nu 332 beleggingstransacties geregistreerd. 

Gemeten naar overeenkomstdatum komt het beleggingsvolume flink lager uit op 2,3 miljard euro bij 176 transacties. Het verschil tussen beide totalen zegt iets over het sentiment in de markt. Cijfers naar leverdatum tonen het sentiment uit het verleden; de deals zijn afgerond, het vastgoed is opgeleverd. Cijfers naar overeenkomstdatum zitten dichter op de markt: partijen hebben onlangs overeenstemming bereikt. Het optimisme in de markt is dus gedaald. 

In de top 5 van grootste transacties hebben woningen de overhand: op de eerste plaats komt de turnkey-overeenkomst Eleven Square in Amsterdam voor 317 miljoen euro voor een complex met 455 studentenwoningen, een winkel en 478 woningen in het hogere segment. Op drie staat het bestaande woningcomplex Bozar in Zwolle met 215 miljoen euro voor 579 woningen.  Op de vijfde plek komt de koop-aannemingsovereenkomst van 130 miljoen euro voor 442 senioren- en zorgwoningen in Nijmegen. Winkels bezetten de tweede plek met 248 miljoen euro voor het conveniencedeel van winkelcentrum De Marke in Drachten. Op plek vier staat de deal met het ING-kantoor Cedar in Amsterdam dat voor 168 miljoen euro in handen komt van de bank. Doordat de koper ook de gebruiker is, betreft het hier feitelijk geen belegging.

De netto-instroom van buitenlands kapitaal kwam tot nu toe uit op 50 miljoen euro. Dat bedrag steekt scherp af bij de instroom van bijna 5 miljard euro in 2022. Uitstroom is een deal met een buitenlandse koper en een Nederlandse verkoper. Bij instroom is er een buitenlandse verkoper en een Nederlandse koper. Transacties tussen buitenlandse partijen onderling blijven hier buiten beschouwing. 

De belangrijkste partijen die hun kapitaal uit de Nederlandse markt haalden, kwamen uit Canada, België, Duitsland en de Verenigde Staten. Partijen die juist kapitaal in Nederlands vastgoed staken, kwamen uit Frankrijk, Singapore, Australië en Zwitserland. Kapitaal dat niet duidelijk te herleiden is tot één land van herkomst, wordt door StiVAD gemarkeerd als EXT.

Tijdens een besloten kennissessie op 7 april 2026 is het StiVAD-marktrapport 2025 gepresenteerd. Het rapport geeft een compleet beeld van de transacties in de Nederlandse vastgoedbeleggingsmarkt in 2025. Nieuw in dit rapport is een overzicht voor alle vastgoedklassen van de instroom en uitstroom van buitenlands kapitaal. 

Download hier het StiVAD-marktrapport 2025 

Dataverzamelaar StiVAD heeft Woonzorg Nederland en Bouwinvest Real Estate Investors uitgeroepen tot respectievelijk de transparantste corporatie en belegger van Nederland. De organisaties ontvingen begin april allebei een transparantieprijs, die dit jaar voor het eerst is uitgereikt. 

StiVAD verzamelt en analyseert data van alle professionele vastgoedtransacties in de Nederlandse markt. Deelnemers in de stichting leveren, bovenop de openbare gegevens uit het Kadaster, informatie over het rendement van de transacties. Dat is cruciale informatie voor taxateurs bij het bepalen van een realistische waarde voor vergelijkbare vastgoedobjecten. Realistische taxaties spelen een belangrijke rol in de financiële stabiliteit in Nederland. 

Woonzorg Nederland en Bouwinvest ontvingen deze bijzondere onderscheiding, omdat ze van alle deelnemers in StiVAD de data over transacties waarbij ze in 2025 betrokken waren het snelst, volledigst en accuraatst hebben aangeleverd. Daarmee droegen ze van alle StiVAD-deelnemers het meest bij aan transparantie in de vastgoedsector. 

Algoritme bepaalt winnaars 

De winnaars in beide categorieën werden bepaald door een algoritme dat kijkt naar snelheid en nauwkeurigheid van melden. Op termijn zullen deelnemers na het invoeren van transactiegegevens in het StiVAD-transactieregister direct hun nieuwe plaats in de rangorde kunnen zien. 

Betrouwbare marktreferenties 

StiVAD is opgericht tijdens de kredietcrisis in 2009, toen institutionele beleggers, taxateurs en toezichthouders zagen dat door het ontbreken van betrouwbare marktreferenties onzekerheid ontstond over de waarde van vastgoed. 

Het transactieregister van StiVAD levert sindsdien betrouwbare referenties. Doordat ook eigenaren van vastgoed data aanleveren, is informatie over aankoopprijs en rendementen tot in detail beschikbaar. 

Deelnemende partijen 

Aansluiting bij StiVAD biedt deelnemende partijen een voor iedereen zichtbaar bewijs van volledige openheid en transparantie. Bij StiVAD zijn naast institutionele en particuliere beleggers en corporaties ook vastgoedtaxateurs, accountants en banken aangesloten. Ook een overheidspartij als het Rijksvastgoedbedrijf is deelnemer geworden. 

Bij de foto’s

Maurice Reijntjes van Woonzorg Nederland toont de StiVAD-transparantieprijs in de categorie corporaties. Op de achtergrond voorzitter Robbert van Dijk van de raad van toezicht van StiVAD. 

Jeroen Reijnoudt (links) en Henk-Dirk de Haan (rechts) van Bouwinvest Real Estate Investors ontvingen de prijs uit handen van voorzitter Robbert van Dijk (midden) van de raad van toezicht van StiVAD. 

 

Over het algoritme 

De transparantieprijs wordt bepaald door een volledig geautomatiseerd algoritme, zonder menselijke tussenkomst, zonder jury, zonder subjectiviteit. Het systeem berekent doorlopend, voor elke deelnemer die een transactie heeft gemeld, een transparantiescore over de afgelopen twaalf maanden. 

Het algoritme weegt tien criteria op twee hoofdthema’s. 

Ten eerste snelheid: hoe snel worden transacties na de koop- of leverdatum ingevoerd? Dit wordt apart gemeten voor nieuwbouw en bestaande bouw. 

Ten tweede kwaliteit: hoe laag is het afkeuringspercentage, hoe snel worden afkeuringen hersteld en, het zwaarst wegend, hoe adequaat worden rappelverzoeken opgepakt? 

Alle scores worden genormaliseerd en via een gewogen meetkundig gemiddelde gecombineerd tot één eindscore. Dat meetkundig gemiddelde betekent dat je niet kunt compenseren: wie op één criterium structureel slecht scoort, kan dat niet zomaar wegpoetsen met een hoge score elders. Het algoritme beloont consistente transparantie over de volle breedte. 

Er zijn twee categorieën: institutionele beleggers en woningcorporaties. De deelnemer met de hoogste eindscore in elke categorie wint.